ECLI:NL:RBROT:2010:BM9449
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.F.G.T. Hofmeijer - Rutten
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir verhaalsbeslag wegens onvoldoende onderbouwing vordering en belangenafweging
In deze zaak vordert de voormalig werknemer, hierna eiser, opheffing van conservatoire verhaalsbeslagen die de werkgever, Köpcke, op zijn bankrekeningen heeft gelegd wegens vermeende schending van een non-concurrentiebeding en geheimhoudingsplicht. De arbeidsovereenkomst tussen partijen was per 1 december 2008 ontbonden met een non-concurrentiebeding dat twaalf maanden na beëindiging van kracht bleef.
Köpcke stelde dat eiser onrechtmatig handelde door omzet via derden om te leiden en bedrijfsgeheimen te schenden. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering van Köpcke summierlijk ondeugdelijk was omdat onvoldoende concreet was gemaakt welke geheimen waren geschonden en de omvang van de schade niet deugdelijk was onderbouwd. Ook was aannemelijk dat eiser met toestemming van een directeur van Köpcke handelde bij betrokkenheid bij derden.
De voorzieningenrechter vond dat eiser door het beslag ernstig werd belemmerd in zijn dagelijkse betalingen, terwijl de vordering niet aannemelijk was. Daarom werden de conservatoire verhaalsbeslagen opgeheven. Het conservatoir bewijsbeslag op documenten en gegevensdragers bleef echter liggen, omdat dit noodzakelijk werd geacht voor de waarheidsvinding en er geen reëel alternatief was.
De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd gewezen door voorzieningenrechter P.F.G.T. Hofmeijer - Rutten.
Uitkomst: Het conservatoir verhaalsbeslag op de bankrekeningen van eiser wordt opgeheven, het bewijsbeslag blijft gehandhaafd.