ECLI:NL:RBROT:2010:BM9783
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Holding vordert terugbetaling rekening-courantschuld wegens liquiditeitsproblemen dochtervennootschap
De holdingvennootschap, met twee gelijkwaardige aandeelhouders en bestuurders, vordert in kort geding de terugbetaling van een aanzienlijke rekening-courantschuld door een van de bestuurders, die tevens aandeelhouder is. Deze schuld belemmert de financiële positie van een dochtervennootschap die in liquiditeitsproblemen verkeert en daardoor haar betalingsverplichtingen niet kan nakomen.
De bestuurder met schuld betwist de ontvankelijkheid van de vordering vanwege vermeende gebrekkige besluitvorming en stelt dat de schuld niet opeisbaar is vanwege lopende onderhandelingen over uitkoop. De voorzieningenrechter oordeelt dat de holding rechtsgeldig vertegenwoordigd is en dat het spoedeisend belang voldoende aannemelijk is, mede omdat de dochtervennootschap anders failliet dreigt te gaan.
De vordering wordt als voldoende aannemelijk beoordeeld; de schuld is direct opeisbaar volgens artikel 6:38 BW Pro omdat geen aflossingsafspraken zijn gemaakt. Het verweer dat onderhandelingen de opeisbaarheid verhinderen wordt verworpen. De vordering wordt toegewezen met een betalingstermijn van veertien dagen na betekening. De kosten worden aan de schuldenaar opgelegd.
Uitkomst: De bestuurder wordt veroordeeld tot betaling van EUR 84.623,00 binnen veertien dagen na betekening.