ECLI:NL:RBROT:2010:BN1200
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom en weigering interne spectrumruil UMTS-vergunning
Verzoekster, houdster van UMTS-frequentievergunningen, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet voldoen aan vergunningvoorschriften, met een dwangsom van €5 miljoen per overtreding per kwartaal. Zij verzocht om een interne spectrumruil om aan de last te voldoen, maar dit verzoek werd afgewezen. Verzoekster stelde spoedeisend belang te hebben vanwege de dreiging van een tweede dwangsom en de hoge investeringskosten voor een landelijke uitrol.
De voorzieningenrechter constateerde dat het belang van verzoekster vooral financieel van aard is, en volgens vaste jurisprudentie vormt een financieel belang op zichzelf geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening. Er waren geen feiten die aantonen dat de continuïteit van de onderneming wordt bedreigd of dat ernstige onherstelbare schade dreigt.
Verzoekster kon met de reeds in gebruik genomen frequenties haar klanten bedienen en had nog ruimte om technische maatregelen te treffen om aan de last te voldoen. De hermetingen zouden pas na drie maanden plaatsvinden, waardoor voldoende tijd was om aan de last te voldoen. De voorzieningenrechter vond ook geen grond om het ontbreken van spoedeisend belang te negeren vanwege onrechtmatigheid van de besluiten.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en aan een inhoudelijke beoordeling kwam de voorzieningenrechter niet toe. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.