ECLI:NL:RBROT:2010:BN1358
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd wegens arbitragebeding in bouwgeschil
Eisers vorderen betaling wegens tekortkomingen in de uitvoering van overeenkomsten voor het ontwerpen en bouwen van een woonhuis. Gedaagden stellen zich op het standpunt dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren vanwege een arbitrageclausule in de toepasselijke algemene voorwaarden.
De rechtbank overweegt dat tussen partijen de UAV en UAVTI van toepassing zijn, waarin een arbitragebeding is opgenomen dat de Raad voor Arbitrage voor de Bouwbedrijven Nederland bevoegd verklaart. Hoewel eisers aanvoeren dat toepassing van het arbitragebeding onaanvaardbaar is vanwege proceseconomische redenen en het risico op verschillende uitspraken, acht de rechtbank dit onvoldoende om het arbitragebeding te doorbreken.
De rechtbank concludeert dat de geschillen tussen partijen betrekking hebben op verschillende overeenkomsten en werkzaamheden, waardoor afzonderlijke behandeling niet in ernstige mate bezwaarlijk is. Ook is van belang dat partijen bewust voor arbitrage hebben gekozen vanwege de deskundigheid van de Raad voor Arbitrage.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van het geschil tussen eisers en gedaagden die het arbitragebeding aanvoeren. De procedure tussen eisers en Denc, waarbij geen arbitragebeding geldt, wordt aangehouden. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het geschil vanwege het toepasselijke arbitragebeding.