ECLI:NL:RBROT:2010:BN2142
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Overmacht bij onderhoud en onderbreking levering elektriciteit in energiecentrum
Unimills en Eneco sloten in 1998 een overeenkomst waarbij Eneco verantwoordelijk werd voor levering en onderhoud van energie-installaties, waaronder een warmtekrachtinstallatie met een generator. In 2006 bleek de generator versnelde slijtage te vertonen, waardoor een noodzakelijke revisie werd uitgevoerd die leidde tot een onderbreking van de elektriciteitslevering van 854 uur.
Unimills vorderde schadevergoeding wegens deze langdurige onderbreking, stellende dat Eneco tekortgeschoten was in haar onderhoudsverplichtingen en de levering van elektriciteit. Eneco verweerde zich met een beroep op overmacht, verwijzend naar de contractuele bepaling dat een 'machinery breakdown' en soortgelijke onvoorziene omstandigheden niet aan haar kunnen worden toegerekend.
De rechtbank stelde vast dat de onderbreking een tekortkoming van Eneco opleverde, maar dat het beroep op overmacht gegrond was omdat de revisie noodzakelijk was om plotselinge uitval te voorkomen. Eneco was echter vanaf een maand na het intreden van de overmachtssituatie aansprakelijk voor de helft van de extra energiekosten van Unimills. De zaak werd verwezen voor nadere onderbouwing van de schadevergoeding en overleg over verdere procedurele stappen.
De uitspraak bevestigt dat contractuele overmachtsbepalingen breed kunnen worden uitgelegd en dat onderhoudsverplichtingen niet leiden tot volledige risico-overdracht bij onvoorziene technische problemen. Tegelijkertijd worden de belangen van de afnemer gedeeltelijk beschermd via een bijzondere schaderegeling na een maand uitval.
Uitkomst: Eneco is wegens overmacht niet aansprakelijk voor de gehele onderbreking, maar vanaf een maand na het begin aansprakelijk voor de helft van de extra energiekosten.