ECLI:NL:RBROT:2010:BN2712
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.H. Veling
- Rechtspraak.nl
Vordering voormalige werknemer tot schadevergoeding wegens niet-nakoming pensioenpremiebetaling door werkgever
Eiser was van 1963 tot 2001 in dienst bij gedaagde, waarbij pensioenpremies werden ingehouden en ondergebracht bij Nationale-Nederlanden (NN). Na overdracht van het personeel aan ASR in 2001 werd de pensioenverzekeringsovereenkomst met NN beëindigd en premievrij gemaakt. ASR ging failliet in 2003. NN stelde vast dat een openstaand saldo van €72.126,43 niet was betaald door gedaagde.
Eiser vordert dat gedaagde een eenmalige koopsom van €46.927,45 stort bij NN ter compensatie van het pensioentekort, vermeerderd met rente en dwangsommen. Gedaagde voert verjaring aan, betwist betalingsachterstand en stelt dat de verplichting tot afdracht op ASR is overgegaan.
De kantonrechter oordeelt dat het hier gaat om een vordering tot schadevergoeding wegens wanprestatie, niet tot nakoming, waardoor de verjaringstermijn van vijf jaar geldt en de vordering niet verjaard is. Gedaagde is voorshands tekortgeschoten in haar betalingsverplichtingen jegens NN, wat leidt tot schade bij eiser. De stelling dat de verplichting op ASR is overgegaan wordt verworpen.
De kantonrechter staat eiser toe bewijs te leveren dat het gevorderde bedrag uitsluitend de individuele premieachterstand betreft en nodig is om het pensioen op het beloofde niveau te brengen. De zaak wordt aangehouden om partijen gelegenheid te geven bewijs te leveren over de omvang van de achterstand en de causaliteit.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat de vordering niet verjaard is en staat bewijslevering toe omtrent de omvang van de premieachterstand en causaliteit van het pensioentekort.