ECLI:NL:RBROT:2010:BN2840
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- E.F.C. Francken
- J. Bergen
- Rechtspraak.nl
Achtergestelde deposito’s vallen niet onder depositogarantiestelsel volgens rechtbank Rotterdam
Eisers hebben achtergestelde deposito’s bij DSB Bank gesloten die zij onder het depositogarantiestelsel willen laten vallen. Na het faillissement van DSB stelde De Nederlandsche Bank het depositogarantiestelsel in werking en wees de vergoeding voor deze achtergestelde deposito’s af. Eisers maakten bezwaar en gingen in beroep bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of de achtergestelde deposito’s als financieel instrument en als eigen vermogen in de zin van Richtlijn 89/299/EEG kunnen worden aangemerkt. De rechtbank concludeerde dat de deposito’s onder de definitie van financieel instrument vallen en dat de bepalingen in de deposito-overeenkomsten wijzen op een liquidatiescenario als enige mogelijkheid voor vervroegde opeisbaarheid.
De rechtbank verwierp het verweer van eisers dat de deposito’s ook in andere situaties opeisbaar zouden zijn en daarmee onder het depositogarantiestelsel zouden vallen. De uitleg van de bepalingen en de intentie van partijen wezen volgens de rechtbank op achtergestelde leningen die als eigen vermogen worden beschouwd. Daarom zijn de afwijzingen van De Nederlandsche Bank terecht en worden de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat achtergestelde deposito’s niet onder het depositogarantiestelsel vallen.