ECLI:NL:RBROT:2010:BN2855
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Puite
- De Bruijn
- Van Kuilenburg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak nalaten hulp bij overlijden vriendin, veroordeling bedreiging minderjarige
De rechtbank Rotterdam sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde nalaten van noodzakelijke medische hulp aan zijn vriendin, die overleed na overmatig drugsgebruik. Uit het bewijs bleek onvoldoende overtuiging dat de verdachte zich bewust was van het levensgevaar en willens en wetens de dood van zijn vriendin heeft veroorzaakt door nalaten.
De medische en toxicologische onderzoeken toonden aan dat het overlijden waarschijnlijk verband hield met een fatale hartritmestoornis en complicaties van cocaïnegebruik, maar het exacte tijdstip van overlijden kon niet worden vastgesteld. De verdachte verkeerde zelf onder invloed van drugs en toonde enige mate van zorgzaamheid, wat de rechtbank als contra-indicatie beschouwde.
Tegenover deze vrijspraak stond een bewezenverklaring van bedreiging van de stiefdochter op twee momenten in juni 2010. De bedreigingen werden ondersteund door verklaringen van het slachtoffer en getuigen. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van één maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De vorderingen van de benadeelde partij tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken van de ernstige nalatigheidsfeiten. De rechtbank legde tevens de kosten van de procedure bij de benadeelde partij neer.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van nalaten hulp bij overlijden vriendin, veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraf voor bedreiging stiefdochter.