ECLI:NL:RBROT:2010:BN3395
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Goedkeuring van afwijkende bedingen in franchise- en onderhuurovereenkomst met behoud van huurbescherming
Verzoekers zijn een onderhuurovereenkomst en een franchiseovereenkomst aangegaan waarbij de bepalingen van de hoofdhuurovereenkomst onverkort van toepassing zijn verklaard op de onderhuurovereenkomst. In artikel 25.2 van de franchiseovereenkomst is bepaald dat de huurovereenkomst onlosmakelijk verbonden is met het franchisenemerschap en automatisch eindigt bij beëindiging van de franchiseovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat dit beding strijdig is met artikel 7:231 BW Pro, dat ontbinding van de huurovereenkomst alleen via de rechter toestaat. Dit beding kan daarom niet worden goedgekeurd. Andere afwijkingen, zoals het opzijzetten van wettelijke opzegtermijnen, huurprijsaanpassing en indeplaatsstelling, tasten de rechten van de huurder wezenlijk aan.
Desondanks wordt goedkeuring verleend aan deze afwijkingen omdat de huurder als franchisenemer belang heeft bij beëindiging van de huurovereenkomst bij einde franchise, aangezien hij de bedrijfsruimte alleen voor het franchisebedrijf mag gebruiken en investeringen heeft gedaan die hij binnen vijf jaar moet terugverdienen. Ook heeft de franchisegever belang bij het behoud van de vestigingsplaats voor het netwerk.
De kantonrechter concludeert dat de maatschappelijke positie van de huurder niet zodanig is dat hij de wettelijke bescherming niet behoeft, maar dat de bijzondere omstandigheden en compensatieregeling voldoende waarborgen bieden om de afwijkingen toch te accepteren. De kosten van de procedure worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Goedkeuring verleend aan afwijkende bedingen behalve automatische ontbinding huurovereenkomst bij beëindiging franchise.