ECLI:NL:RBROT:2010:BN3400
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Bijl-de Jong
- De Jong
- Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting, veroordeling ontucht, drugsbezit, witwassen en valsheid in geschrifte
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte vrijgesproken van verkrachting omdat niet bewezen kon worden dat hij zijn tong in de vagina van het slachtoffer heeft gebracht. Wel is bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen heeft verricht nadat hij het slachtoffer een bewustzijnsverminderende stof (GHB) had toegediend.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte samen met anderen grote hoeveelheden heroïne en pillen met mCPP in bezit had, en dat hij een aanzienlijk geldbedrag heeft witgewassen. Ook was verdachte in het bezit van een vals rijbewijs en een valse identiteitskaart, die hij ook heeft gebruikt.
De rechtbank motiveert de bewezenverklaring met verklaringen van het slachtoffer, getuigen en deskundigen, waaronder een GHB-analyse in haar haar. Ondanks tegenstrijdigheden in verklaringen acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte het slachtoffer bewusteloos heeft gemaakt en ontuchtige handelingen heeft verricht.
De straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, de schending van het zelfbeschikkingsrecht van het slachtoffer, de maatschappelijke impact van de drugsdelicten en het witwassen, en het vertrouwensschade door het gebruik van valse documenten. Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verkrachting maar veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor ontucht na toediening van GHB, drugsbezit, witwassen en valsheid in geschrifte.