ECLI:NL:RBROT:2010:BN3803
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Internationale handelskoop cashewnoten: totstandkoming en bewijs van koopovereenkomst onder Iers recht
De zaak betreft een geschil tussen Dutch Nut Group B.V. (DNG), een Nederlandse importeur van noten, en Agra Ingredients en Agra Trading, twee Ierse ondernemingen die cashewnoten leveren. DNG stelt op 7 september 2007 een koopovereenkomst te hebben gesloten met Agra voor levering van 56 containers cashewnoten in 2008, waarbij Agra Ingredients de wederpartij is. Agra betwist het bestaan van een mondelinge overeenkomst en voert aan dat een schriftelijke bevestiging met SOC-nummer vereist is.
De rechtbank beoordeelt de internationale bevoegdheid en toepasselijkheid van Iers recht op de overeenkomst. Het Weens Koopverdrag is niet van toepassing omdat alleen Nederland partij is. De rechtbank verklaart DNG niet-ontvankelijk jegens Agra Trading, omdat onvoldoende is onderbouwd dat deze partij contractueel betrokken is.
De kernvraag is of de koopovereenkomst tot stand is gekomen door aanvaarding van het aanbod van DNG per telefoon door [Y], trader van Agra Ingredients. De rechtbank acht dit voorshands bewezen op basis van e-mailcorrespondentie en een notariële verklaring van [Y]. Agra krijgt de gelegenheid tegenbewijs te leveren. De rechtbank wijst erop dat de Ierse Statute of Frauds niet aan de geldigheid van de mondelinge overeenkomst in de weg staat, mede gelet op Nederlandse vormvereisten.
De rechtbank wijst verdere beoordeling van tekortkoming en schadevergoeding aan na nadere specificatie door partijen. Ook de vordering van Agra Ingredients tot betaling van openstaande facturen wordt aan de orde gesteld, waarbij DNG een opschortings- en verrekeningsverweer voert. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank acht voorshands bewezen dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen en draagt Agra op tegenbewijs te leveren; verdere beslissingen worden aangehouden.