ECLI:NL:RBROT:2010:BN4468
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot betaling uit depot bij afwikkeling ondernemingen na echtscheiding
In deze zaak vorderen eisers dat gedaagde toestemming verleent voor betalingen uit een bij de notaris in depot gehouden bedrag, behorend tot het zakelijk vermogen van de ondernemingen die worden afgewikkeld na een echtscheiding. Gedaagde verzet zich tegen deze betalingen, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat dit verzet misbruik van bevoegdheid vormt omdat de betalingen aan schuldeisers onvermijdelijk zijn en uitstel leidt tot oplopende rente en kosten.
De zaak bouwt voort op eerdere kort gedingen en rapportages van BDO Accountants die de zakelijke aard van de schulden bevestigen. De rechter stelt vast dat gedaagde niet gerechtvaardigd is om betalingen aan legitieme zakelijke schuldeisers tegen te houden, maar dat zij wel bezwaar mag maken tegen betalingen die geen vennootschappelijk belang dienen, zoals privé-schulden van de wederpartij.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van enkele eisers af wegens gebrek aan partijstelling en onvoldoende spoedeisend belang. Voor de overige vorderingen veroordeelt hij gedaagde om binnen 24 uur toestemming te verlenen voor betaling van de gespecificeerde bedragen uit het depot, waarbij het vonnis dezelfde kracht heeft als een wilsverklaring bij nalaten van medewerking. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om toestemming te verlenen voor betalingen uit het depot aan zakelijke schuldeisers binnen 24 uur.