ECLI:NL:RBROT:2010:BN4835
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Ven
- Rechtspraak.nl
Raad niet-ontvankelijk in verzoek benoeming voogd wegens ontbreken bereidverklaring voorgestelde voogdes
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om Bureau Jeugdzorg te belasten met de voogdij over een minderjarige, met het advies de uitvoering van de voogdij aan de William Schrikker Jeugdbescherming (WSJ) toe te vertrouwen. Bij het verzoek was een bereidverklaring van de WSJ gevoegd, maar niet van Bureau Jeugdzorg zelf.
De rechtbank stelde vast dat volgens artikel 1:280 sub b BW Pro in samenhang met artikel 1:302 lid 1 BW Pro de beoogd voogd zich eerst bereid moet verklaren de voogdij te aanvaarden. De bereidverklaring van WSJ als uitvoerende instantie volstaat niet voor de benoeming van Bureau Jeugdzorg als voogd. De rechtbank verzocht de raad herhaaldelijk om een bereidverklaring van Bureau Jeugdzorg, maar deze werd niet overgelegd.
Bureau Jeugdzorg gaf wel een mandaat aan WSJ voor de uitvoering van de voogdij, maar dat is geen verklaring van bereidheid tot aanvaarding van de voogdij zelf. Omdat de wettelijke vereisten niet waren vervuld, verklaarde de rechtbank de raad niet-ontvankelijk in het verzoek. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de raad niet-ontvankelijk in het verzoek tot benoeming van Bureau Jeugdzorg als voogd wegens het ontbreken van een bereidverklaring.