ECLI:NL:RBROT:2010:BN5887
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op aanvraag krediet zelfstandigen
Eiser heeft op 26 maart 2010 een aanvraag ingediend voor het verstrekken van een krediet op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Eiser stelde verweerder bij brief van 11 juni 2010 in gebreke en diende op 30 juni 2010 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is en dat verweerder de beslistermijn van 20 mei 2010 heeft overschreden zonder een mededeling te doen zoals voorgeschreven in artikel 4:14, derde lid, van de Awb. De rechtbank stelt vast dat de dwangsom verschuldigd is vanaf 25 juni 2010, twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling, en berekent de totale dwangsom op €1.260,-.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100,- per dag op voor iedere dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak benadrukt de functie van de ingebrekestelling en sluit aan bij de wettelijke bepalingen omtrent termijnen en dwangsommen in de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt aangespoord tot spoedige besluitvorming.
Uitkomst: Verweerder verbeurt een dwangsom van €1.260,- wegens niet tijdig beslissen en wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te besluiten onder dreiging van een dwangsom van €100,- per dag.