ECLI:NL:RBROT:2010:BN6951
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door onrechtmatig wegslepen en onrechtmatige onttrekking van zaken van motordekschuit
De zaak betreft een geschil tussen Kamar B.V. en vier gedaagden over het onrechtmatig wegslepen van de motordekschuit Giro en het wegnemen van zaken aan boord. Kamar stelt eigenaar te zijn van de Giro en de inventaris en vordert schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. Gedaagden betwisten eigendom en onrechtmatigheid.
De rechtbank stelt vast dat het wegslepen van de Giro zonder toestemming van Kamar een inbreuk op haar eigendomsrecht vormt en daarmee onrechtmatig is. Ook is vastgesteld dat een deel van de zaken door gedaagde sub 4 van de Giro is verwijderd. Echter, de rechtbank oordeelt dat het aggregaat en de container geen bestanddelen of scheepstoebehoren zijn, zodat Kamar niet automatisch eigenaar is van deze zaken. De eigendom van de overige zaken is onvoldoende onderbouwd en het wettelijke vermoeden van eigendom op grond van artikel 3:119 BW Pro is nog niet weerlegd.
De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere bewijslevering en onderbouwing van eigendom en aansprakelijkheid. De vordering tot schadevergoeding voor het terughalen van de Giro wordt toegewezen, maar de schadevergoeding voor de weggenomen zaken dient nader gespecificeerd en onderbouwd te worden. De vorderingen in reconventie worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en geeft partijen gelegenheid tot het nemen van conclusies en het leveren van tegenbewijs.
Uitkomst: Vordering tot vergoeding sleepkosten toegewezen, overige vorderingen aangehouden voor nadere bewijslevering; vorderingen in reconventie afgewezen.