ECLI:NL:RBROT:2010:BN7123
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing curatorvordering wegens onbehoorlijk bestuur bij financiering aandelenovername
In deze zaak gaat het om de overname in 1992 van aandelen in [X] Holding B.V. en indirect de aandelen in twee failliete vennootschappen. De curator stelt dat door een financieringsconstructie waarbij de overgenomen BV's via leningen en dividenduitkeringen indirect de koopprijs financierden, het vermogen van deze vennootschappen is uitgehold, wat heeft geleid tot hun faillissement. De curator houdt de erven van [X] aansprakelijk wegens onbehoorlijk bestuur op grond van artikel 2:9 BW Pro.
De rechtbank overweegt dat [X] tot 1 juli 1992 bestuurder was en dat vlak voor zijn ontslag een hypotheekrecht ten gunste van de NMB Bank is gevestigd door [Y], die formeel geen bestuurder was maar wel als zodanig was ingeschreven. De curator slaagt er niet in te bewijzen dat [X] betrokken was bij het verlijden van deze akte of dat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door het aangaan van de lening en de uitvoering van het draaiboek.
De rechtbank oordeelt dat het handelen van [Y] niet zonder meer aan het bestuur kan worden toegerekend en dat de curator onvoldoende concrete feiten heeft gesteld om aan te nemen dat [X] zijn taken feitelijk had neergelegd en het bestuur had overgelaten aan zijn zoon. De curator heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat [X] bekend was met het draaiboek of de hypotheekakte. De vorderingen worden daarom afgewezen en de curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de curator worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstig verwijtbaar handelen van de bestuurder.