ECLI:NL:RBROT:2010:BN7127
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over afsluiting en breedte van voetpad erfdienstbaarheid
Partijen zijn buren waarbij een erfdienstbaarheid van voetpad is gevestigd ten behoeve van eiser en ten laste van gedaagde sub 1 en gedaagde sub 3. Gedaagden plaatsten schuttingen met afsluitbare deuren op het voetpad, waardoor het pad versmald werd van circa 1,20 meter naar 90 cm. Eiser vordert verwijdering van de deuren en verbreding van het pad tot 1,20 meter.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde sub 1 als eigenaar bevoegd is zijn perceel af te sluiten, maar niet op een wijze die de uitoefening van de erfdienstbaarheid belemmert. Het afsluiten van de deuren met een grendel hindert de erfdienstbaarheid, ook al gebeurt dit alleen 's nachts. Daarom wordt gedaagde sub 1 veroordeeld ervoor te zorgen dat de deuren niet zo afgesloten zijn dat eiser en huisgenoten ze niet kunnen openen.
De vordering tot verbreding van het voetpad tot 1,20 meter wordt afgewezen, omdat de vestigingsakte spreekt van een pad van "ongeveer" een meter breed, en een breedte van 90 cm nog binnen deze omschrijving valt. Daarnaast kan het feit dat het pad vroeger breder was niet leiden tot wijziging van de erfdienstbaarheid zonder een formele wijzigingsprocedure. De proceskosten worden deels gecompenseerd tussen eiser en gedaagde sub 1 en gedaagde sub 3 wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden moeten ervoor zorgen dat de deuren in het voetpad niet afgesloten zijn zodat eiser en huisgenoten het pad kunnen gebruiken; de vordering tot verbreding van het pad wordt afgewezen.