ECLI:NL:RBROT:2010:BN7878

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
318025 / HA ZA 08-2684
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Van Zelm van Eldik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 224 RvArt. III Aanvullend Verdrag rechtsgedingen Nederland-Verenigd KoninkrijkArt. VII Aanvullend Verdrag rechtsgedingen Nederland-Verenigd Koninkrijk
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen verplichting tot zekerheidstelling voor Guernsey vennootschap en schadevergoeding onrechtmatige beslaglegging

In deze civiele zaak heeft de Rechtbank Rotterdam geoordeeld over de vraag of Jaro Holdings Limited, een vennootschap gevestigd te Guernsey, verplicht is zekerheid te stellen voor proceskosten en schadevergoeding. De vordering tot zekerheidstelling werd ingesteld door I.T. Go c.s., die stelde dat Jaro ook zekerheid moest stellen voor een mogelijke schadevergoeding wegens onrechtmatige derdenbeslaglegging.

De rechtbank heeft eerst vastgesteld dat op grond van art. III van het Aanvullend Verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk betreffende rechtsgedingen, dat ook van toepassing is op Guernsey, onderdanen van de verdragsluitende staten niet verplicht zijn zekerheid te stellen voor proceskosten indien zij onder gelijke omstandigheden niet gehouden zouden zijn dat te doen. Dit verdrag is niet vervangen door het EEX-Verdrag of de EEX-verordeningen, waardoor het nog steeds van toepassing is.

Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat de vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten niet kan worden uitgebreid tot een vordering tot zekerheidstelling voor schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging. De schadevergoeding in art. 224 lid 1 Rv Pro ziet slechts op schade die direct voortvloeit uit het aanspannen van de procedure en niet op een reconventionele vordering wegens onrechtmatige beslaglegging voorafgaand aan de procedure.

Daarom wees de rechtbank de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelde I.T. Go c.s. in de proceskosten, met uitzondering van een advocaatkostenvergoeding van €1.130,-. De zaak werd verwezen naar een volgende rolzitting voor verdere behandeling van de hoofdzaak.

Uitkomst: Vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten en schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 318025 / HA ZA 08-2684
Uitspraak: 28 juli 2010
VONNIS van de enkelvoudige kamer
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JARO HOLDINGS LIMITED,
gevestigd te St. Peter Port, Guernsey,
eiseres,
verweerster in het incident,
advocaat mr J.H. Prins,
- tegen -
1. de vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk
I.T. GO LIMITED,
gevestigd te Cleveland, Verenigd Koninkrijk,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te Delft,
3. [gedaagde sub 3],
wonende te Schiedam,
4. [gedaagde sub 4],
wonende te Rotterdam,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SMART HOLDING B.V.,
gevestigd te Schiedam,
gedaagden,
eisers in het incident,
advocaat mr R.A.W.J. van Eijck.
Eiseres wordt hierna aangeduid als "Jaro", gedaagden samen als "I.T. Go c.s." en gedaagden afzonderlijk als respectievelijk "I.T. Go", "[gedaagde sub 2]", "[gedaagde sub 3]", [gedaagde sub 4]" en "Smart".
1. Het verdere verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van het in deze zaak gewezen vonnis van 19 mei 2010 en van de daaraan ten grondslag liggende stukken.
Vervolgens heeft I.T. Go c.s. een akte uitlating tussenvonnis genomen en Jaro een antwoordakte na tussenvonnis.
2. De verdere beoordeling in het incident
2.1
Met betrekking tot de vordering van I.T. Go c.s. om Jaro, gevestigd te Guernsey, te veroordelen op de voet van art. 224 lid 1 Rv Pro zekerheid te stellen voor betaling van kosten schaden en interessen in welke deze zou kunnen worden veroordeeld, heeft de rechtbank in het vonnis van 19 mei 2010 erop gewezen dat ingevolge art. III van het Aanvullend Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland betreffende rechtsgedingen, gesloten op 17 november 1967 (Trb. 1967, 196), in werking getreden op 16 maart 1970, de onderdanen van een der partijen in de gebieden van de andere partij niet verplicht zijn zekerheid te stellen voor de proceskosten in de gevallen waarin een onderdaan van die partij daartoe onder gelijke omstandigheden niet gehouden is. Voorts is erop gewezen dat in overeenstemming met art. VII van dat verdrag de Britse regering aan de Nederlandse regering kennis heeft gegeven van de uitbreiding van de werking van het verdrag tot onder meer Guernsey, met inwerkingtreding op 22 april 1971.
2.2
Nu dat verdrag door geen van de partijen was genoemd, heeft de rechtbank, teneinde een verassingsbeslissing te voorkomen, de zaak verwezen naar de rol opdat partijen zich zich over de toepasselijkheid van de genoemde verdragsbepaling zouden kunnen uitlaten.
Partijen hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
2.3
I.T. Go c.s. brengt primair naar voren dat het Aanvullend Verdrag is vervangen door het EEX en vervolgens door de EEX-verordeningen 44/2001, 1346/2000 en 2201/2003 en dat Guernsey bij die verordeningen geen partij is.
2.4
Deze stellingen kunnen I.T. Go c.s. niet baten. Het Aanvullend Verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk betreffende rechtsgedingen is voor Nederland nog steeds van kracht en is niet vervangen bij de inwerkingtreding van het EEX-Verdrag van 1969 of de genoemde EEX-verordeningen (in het bijzonder EEX-Vo 44/2001 van 22 december 2000 met latere wijzigingen).
Ten aanzien van een te Guernsey gevestigde (rechts)persoon is art. III van het Aanvullend Verdrag derhalve nog steeds van toepassing, zodat Jaro niet verplicht is tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten.
2.5
I.T. Go c.s. voert subsidiair aan dat het Aanvullend Verdrag niets zegt over de vraag of zekerheid moet worden gesteld voor de schadevergoeding tot betaling waarvan Jaro veroordeeld kan worden als bedoeld in art. 224 lid 1 Rv Pro, waarbij I.T. Go c.s. verwijst naar haar eerder ingenomen standpunt dat - kort samengevat - Jaro ook zekerheid dient te stellen voor de schadevergoeding waartoe Jaro kan worden veroordeeld omdat zij onrechtmatig derdenbeslag heeft doen leggen ten laste van Smart.
2.6
Ook deze stellingname moet van de hand worden gewezen. Bij "schadevergoeding" als bedoeld in art. 224 lid 1 Rv Pro kan het alleen gaan om schade die het rechtstreeks gevolg is van het aanspannen van de procedure door de eisende partij. De in die bepaling geregelde zekerheidstelling heeft geen betrekking op een vordering tot schadevergoeding die de gedaagde partij in reconventie zou kunnen instellen uit hoofde van een onrechtmatige beslaglegging door de eisende partij voorafgaande aan het instellen van de vordering tegen gedaagde.
3. De beslissing
De rechtbank,
in het incident
wijst de vordering af;
veroordeelt I.T. Go c.s. in de kosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van Jaro begroot op nihil aan verschotten en op € 1.130,- aan salaris van de advocaat;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 8 september 2010 voor conclusie van antwoord aan de zijde van I.T. Go c.s..
Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.
Uitgesproken in het openbaar.
10.