ECLI:NL:RBROT:2010:BN7878
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting tot zekerheidstelling voor Guernsey vennootschap en schadevergoeding onrechtmatige beslaglegging
In deze civiele zaak heeft de Rechtbank Rotterdam geoordeeld over de vraag of Jaro Holdings Limited, een vennootschap gevestigd te Guernsey, verplicht is zekerheid te stellen voor proceskosten en schadevergoeding. De vordering tot zekerheidstelling werd ingesteld door I.T. Go c.s., die stelde dat Jaro ook zekerheid moest stellen voor een mogelijke schadevergoeding wegens onrechtmatige derdenbeslaglegging.
De rechtbank heeft eerst vastgesteld dat op grond van art. III van het Aanvullend Verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk betreffende rechtsgedingen, dat ook van toepassing is op Guernsey, onderdanen van de verdragsluitende staten niet verplicht zijn zekerheid te stellen voor proceskosten indien zij onder gelijke omstandigheden niet gehouden zouden zijn dat te doen. Dit verdrag is niet vervangen door het EEX-Verdrag of de EEX-verordeningen, waardoor het nog steeds van toepassing is.
Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat de vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten niet kan worden uitgebreid tot een vordering tot zekerheidstelling voor schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging. De schadevergoeding in art. 224 lid 1 Rv Pro ziet slechts op schade die direct voortvloeit uit het aanspannen van de procedure en niet op een reconventionele vordering wegens onrechtmatige beslaglegging voorafgaand aan de procedure.
Daarom wees de rechtbank de vordering tot zekerheidstelling af en veroordeelde I.T. Go c.s. in de proceskosten, met uitzondering van een advocaatkostenvergoeding van €1.130,-. De zaak werd verwezen naar een volgende rolzitting voor verdere behandeling van de hoofdzaak.
Uitkomst: Vordering tot zekerheidstelling voor proceskosten en schadevergoeding wordt afgewezen.