ECLI:NL:RBROT:2010:BN7880
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
ABN AMRO vordert betaling wegens niet te goeder trouw zijn bij executoriaal beslag na ontmanteling wietkwekerij
ABN AMRO heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde] wegens niet te goeder trouw zijn bij het niet kunnen voldoen van een hypothecaire lening. De bank stelde dat executoriaal beslag was gelegd op meerdere woningen van [gedaagde], waaronder de woning aan de [adres], in verband met de ontmanteling van een wietkwekerij.
[gedaagde] betwistte dat het beslag op de woning aan de [adres] verband hield met de ontmanteling van de wietkwekerij, aangezien deze in een andere woning was ontmanteld. De rechtbank stelde vast dat het beslag inderdaad betrekking had op meerdere woningen, waaronder de woning aan de [adres], en dat dit beslag verband hield met de ontmanteling van de wietkwekerij in de woning aan de [adres II].
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] niet te goeder trouw was, omdat hij eigenaar was van meerdere woningen waarop beslag was gelegd in verband met de wietkwekerij. Dit leidde tot een openbare verkoop van de woning aan de [adres], waarvan de opbrengst onvoldoende was om de lening af te lossen. De vordering van ABN AMRO werd daarom toegewezen, terwijl de reconventionele vordering van [gedaagde] werd afgewezen. Tevens werd [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van €51.295,35 aan ABN AMRO wegens niet te goeder trouw zijn bij executoriaal beslag.