ECLI:NL:RBROT:2010:BN8626
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- M.V. Scheffers
- W.J.M. Diekman
- Rechtspraak.nl
Merkinbreuk Bacardi door douane-expediteur Mevi en prejudiciële vraag over merkgebruik
De Rechtbank Rotterdam heeft op 18 augustus 2010 uitspraak gedaan in een merkinbreukzaak tussen Bacardi & Company Limited en Bacardi International Limited (eiseressen) en Mevi Internationaal Expeditiebedrijf B.V. (gedaagde). Bacardi vordert onder meer dat Mevi wordt veroordeeld wegens merkinbreuk door het invoeren en opslaan van Bacardi-producten zonder toestemming binnen de Europese Economische Ruimte (EER).
De rechtbank overweegt dat Mevi als vergunninghoudende expediteur en douane-entreposeur handelde in opdracht van derden en geen eigenaar was van de Bacardi-flessen. Alle flessen waren douanerechtelijk in het vrije verkeer gebracht, wat volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie (Class-arrest) gebruik in het economisch verkeer inhoudt. De vraag of Mevi zelf als gebruiker van het merk kan worden beschouwd, wordt betwist en leidt tot een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie.
Verder oordeelt de rechtbank dat Mevi heeft voldaan aan de verplichtingen uit het tussenvonnis van 19 november 2008, waaronder het laten uitvoeren van een accountantscontrole en het overleggen van relevante stukken. De vorderingen van Bacardi wegens niet-nakoming worden daarom afgewezen. De zaak wordt verwezen voor nadere behandeling na beantwoording van de prejudiciële vraag.
Uitkomst: De rechtbank wijst enkele vorderingen van Bacardi af wegens onvoldoende bewijs van niet-nakoming en stelt een prejudiciële vraag over merkgebruik door Mevi.