ECLI:NL:RBROT:2010:BN8627
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegging arbeidsovereenkomst en geschil over concurrentiebeding statutair directeur
De zaak betreft een geschil tussen een statutair directeur en ACV Beheer B.V. over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de geldigheid en naleving van een concurrentiebeding. De directeur stelde dat hij de arbeidsovereenkomst onverwijld wegens een dringende reden had opgezegd, maar de rechtbank oordeelde dat hij een opzegtermijn van een maand in acht had genomen, waarmee geen sprake was van ontslag op staande voet.
Verder werd het concurrentiebeding uit de arbeidsovereenkomst van 2002 als rechtsgeldig en van toepassing verklaard, ook na verlenging van de arbeidsovereenkomst in 2003. De directeur werd geoordeeld in strijd met dit beding te hebben gehandeld door betrokkenheid bij een concurrerend bedrijf, A+ Beveiliging, dat vergelijkbare diensten aanbiedt.
De vordering tot vernietiging of matiging van het concurrentiebeding werd afgewezen, omdat de directeur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het beding hem onbillijk zou benadelen. De rechtbank kende de directeur wel een vergoeding toe voor onterecht ingehouden pensioengelden en wees de overige vorderingen, waaronder schadevergoeding wegens vermeend onjuist ontslag en verbod op openbaarmaking van gegevens, af.
De proceskosten werden verdeeld waarbij de directeur in conventie werd veroordeeld en in reconventie de kosten werden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Geen ontslag op staande voet; concurrentiebeding rechtsgeldig en overtreden; vergoeding onterecht ingehouden pensioengelden toegewezen.