ECLI:NL:RBROT:2010:BN9926
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in telecomgeschil
In deze civiele procedure diende de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek tegen de kantonrechter die de telecomzaak behandelde. Verzoeker stelde dat de kantonrechter partijdig was en zijn recht op een eerlijk proces had geschonden door in een rolbeslissing de wederpartij juridisch advies te geven en nadere specificatie van de vordering te eisen.
De kantonrechter had in een rolbeslissing aangegeven dat de stellingen van eiseres onvoldoende waren om de gegrondheid van de vordering te beoordelen en dat nadere specificatie noodzakelijk was, mede vanwege het mogelijke gebruik van onredelijk bezwarende bedingen in telecomovereenkomsten. Dit werd door verzoeker als partijdigheid geïnterpreteerd.
De rechtbank oordeelde dat het bevel tot nadere toelichting en het verzoek om aanvullende stukken binnen de bevoegdheden van de rechter viel, conform artikel 22 Rv Pro. Er was geen sprake van partijdigheid of schending van artikel 6 EVRM Pro. De wraking werd daarom afgewezen.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken in openbare terechtzitting op 7 oktober 2010.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.