ECLI:NL:RBROT:2010:BO0056
Rechtbank Rotterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen machtiging rechter-commissaris ex artikel 93a Faillissementswet
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een machtiging van de rechter-commissaris ex artikel 93a Faillissementswet, waarbij de curator werd gemachtigd onderzoek te doen aan de computer van appellant. De rechtbank heeft het beroep behandeld ondanks de niet-verschijning van appellant, die niet tijdig instructies had gegeven aan zijn advocaat.
De machtiging was verleend omdat appellant weigerde informatie te verstrekken die nodig was voor de afwikkeling van het faillissement, waaronder e-mailcorrespondentie vanaf 9 december 2009. Er was een overeenkomst gesloten waarbij appellant zijn computer in bewaring gaf bij een notaris, onder de voorwaarde dat een onafhankelijke partij het onderzoek zou uitvoeren na rechterlijke machtiging.
Appellant betoogde dat de rechter-commissaris niet bevoegd was om deze machtiging te verlenen en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn privacy, met name inzake correspondentie met zijn advocaat. De curator stelde dat tegen een machtiging ex artikel 93a Fw geen hoger beroep openstaat en dat de privacy waarborgen in het plan van aanpak waren opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 67 lid 1 derde Pro zin Faillissementswet geen hoger beroep openstaat tegen een machtiging ex artikel 93a Fw. Omdat niet is gebleken dat de machtiging op een andere wettelijke grondslag was gebaseerd, werd appellant niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking werd bij vervroeging uitgesproken op 5 oktober 2010.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de machtiging ex artikel 93a Faillissementswet.