ECLI:NL:RBROT:2010:BO1534
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen zelfstandige vorderingsrechten moedermaatschappij bij franchiseovereenkomst
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de curator van de failliete franchisenemer Z&F Tell-Me B.V. en de moedermaatschappij T for Telecom Franchise Beheer B.V. (Beheer). De curator vordert betaling van bonussen die volgens hem onterecht door Beheer zijn ingehouden en verrekend met bedragen die Z&F aan de franchisegever T for Telecom Franchise B.V. (Franchise) verschuldigd was.
De kern van het geschil betreft de vraag of Beheer in plaats van Franchise de wederpartij van Z&F is geworden, waardoor Beheer zelfstandig vorderingsrechten zou hebben op Z&F. De rechtbank stelt vast dat de franchiseovereenkomst tussen Franchise en Z&F ongewijzigd van kracht blijft en dat Beheer slechts handelde ter uitvoering van deze overeenkomst. Er is geen sprake van contractsoverneming aan Beheer, mede omdat een dergelijke akte ontbreekt.
De rechtbank overweegt dat de franchiseovereenkomst bepalingen bevat over inkoopverplichtingen en inspanningsverplichtingen van Franchise, die niet zijn gewijzigd door de feitelijke gang van zaken. De curator mocht niet aannemen dat Beheer als contractspartij was opgetreden. De vorderingen van de curator worden daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de curator worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.