ECLI:NL:RBROT:2010:BO2404
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over samenwerking en leveringsverplichtingen tussen Frihol en The Greenery
Frihol en The Greenery sloten op 27 december 2006 een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de verkoop van paddenstoelen, waarbij Frihol exclusief de Duitse markt zou bedienen en een marketingbijdrage van 3% zou ontvangen. Frihol vorderde onder meer betaling van deze marketingbijdrage, nakoming van leveringsverplichtingen en schadevergoeding wegens leveringsweigering en reputatieschade.
The Greenery betwistte deze vorderingen, stelde dat de samenwerking per 18 april 2008 was beëindigd en voerde aan dat de facturen wegens verkochte paddenstoelen betaald moesten worden. De rechtbank oordeelde dat de samenwerkingsovereenkomst niet beheerst werd door Nederlands recht, maar dat de bepalingen die betrekking hebben op de Duitse markt het nauwst verbonden zijn met Duitsland, zodat Duits recht van toepassing is op de samenwerkingsovereenkomst. De vorderingen van Frihol werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Voor de afzonderlijke koopovereenkomsten was het Weens Koopverdrag (CISG) van toepassing, waarbij de algemene voorwaarden van The Greenery niet als overeengekomen konden worden beschouwd, waardoor Nederlands recht aanvullend van toepassing is. De rechtbank veroordeelde Frihol tot betaling van €400.078,45 aan The Greenery, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Frihol af en veroordeelt Frihol tot betaling aan The Greenery van €400.078,45 plus rente en proceskosten.