ECLI:NL:RBROT:2010:BO4042
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Eternit voor asbestblootstelling en mesothelioom bij werknemer
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin de weduwe schadevergoeding vorderde van Eternit wegens blootstelling van haar overleden echtgenoot aan wit asbest tijdens verbouwingswerkzaamheden in 1976/1977. Vast stond dat de asbestplaten afkomstig waren van Eternit en dat de blootstelling heeft geleid tot mesothelioom. Eternit betwistte aansprakelijkheid en stelde dat zij destijds niet op de hoogte was van de risico's en dat de vordering verjaard was.
De rechtbank oordeelde dat Eternit al vanaf de jaren zestig bekend was met de gevaren van asbest, waaronder mesothelioom, en dat zij nalatig was door niet te waarschuwen. De blootstelling aan wit asbest werd als voldoende gevaarlijk erkend, en het ontbreken van waarschuwingen was onrechtmatig. Eternit kon het causale verband met de ziekte niet ontkrachten omdat zij geen bewijs leverde dat de ziekte door andere asbestsoorten was veroorzaakt.
Ten aanzien van verjaring oordeelde de rechtbank dat de 30-jarige termijn van artikel 3:310 lid 2 BW Pro van toepassing is, maar dat toepassing daarvan in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De vordering was daarom niet verjaard. De rechtbank hield verdere beslissing aan en beval een comparitie om nader onderzoek en mogelijke schikking te bespreken.
Uitkomst: Eternit is onrechtmatig en aansprakelijk voor schade door asbestblootstelling, en het beroep op verjaring wordt verworpen.