ECLI:NL:RBROT:2010:BO4136

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
346368 / HA ZA 10-163
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 EEX-VoArt. 99 lid 1 RvArt. 111 lid 2 sub d Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens wijziging grondslag eis in strijd met wet en onvoldoende bepaalbaarheid

Vasco Shipping Services S.L. heeft WEC Lines B.V. aangesproken voor schadevergoeding wegens het over boord slaan van schroefonderdelen tijdens vervoer van Vigo naar Rotterdam. Vasco stelde dat WEC Lines aansprakelijk was voor de schade en vorderde betaling van de schade vermeerderd met rente en kosten.

Tijdens de procedure bleek dat Vasco de oorspronkelijke feitelijke grondslag van haar vordering had verlaten en een nieuwe grondslag wilde aanvoeren die niet bij akte of conclusie ter rolle was ingediend. Deze wijziging werd door de rechtbank gepasseerd omdat WEC Lines hierdoor niet tijdig op de wijziging kon reageren, wat in strijd is met de goede procesorde.

Daarnaast was de vordering onvoldoende bepaalbaar, omdat niet duidelijk was in welke procedure, welk recht, en op welke gronden de aanspraken zouden worden gemaakt. Hierdoor werd de vordering afgewezen. Vasco werd veroordeeld in de proceskosten van WEC Lines, begroot op €4.262,00, en deze kostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering van Vasco wordt afgewezen wegens strijdige wijziging van de eis en onvoldoende bepaalbaarheid.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 346368 / HA ZA 10-163
Vonnis van 27 oktober 2010
in de zaak van
de vennootschap naar vreemd recht VASCO SHIPPING SERVICES S.L.,
gevestigd te Bilbao, Spanje,
eiseres,
advocaat mr. M.J.M. Hoeijmans,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOLLAND MAAS SHIPPING B.V., thans genaamd WEC LINES B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. E.A. Bik.
Partijen zullen hierna Vasco en WEC Lines genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 29 december 2008 en de door Vasco overgelegde producties;
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 24 maart 2010, waarbij een comparitie van partijen is bevolen;
- de fax van mr. Hoeijmans d.d. 12 mei 2010, met productie;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 25 mei 2010 en de daaraan gehechte toelichting van mr. Van Leeuwen.
1.2. Aan het einde van de comparitiezitting is vonnis bepaald.
2. De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:
2.1. Vasco heeft WEC Lines ingeschakeld voor het vervoer van Rolls Royce schroefonderdelen van Vigo in Spanje naar Rotterdam. De schroefonderdelen zijn op of omstreeks 29 december 2007 aan boord van het m.s. “HMS Navigator” geladen en vervoerd onder een cognossement.
2.2. Tijdens bovengenoemd vervoer is een deel van de schroefonderdelen over boord geslagen, kennelijk omdat zij onvoldoende waren vastgezet.
3. De vordering
3.1. Vasco vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat WEC Lines gehouden is tot betaling aan Vasco van al hetgeen waartoe Vasco in rechte gehouden zal blijken te zijn als gevolg van het transport van de schroefonderdelen van Vigo naar Rotterdam, vermeerderd met wettelijke rente en kosten.
3.2. Vasco heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat WEC Lines verantwoordelijk was voor het vervoer van de schroefonderdelen van Vigo naar Rotterdam en aansprakelijk is voor de schade die Vasco lijdt en dreigt te lijden door het over boord slaan van deze onderdelen. Vasco stelt dat zij door Rolls Royce is aangesproken op de schade en mogelijk nog aansprakelijk zal worden gesteld voor de schade aan de andere containers, die is ontstaan bij het over boord slaan van de schroefonderdelen.
3.3. Vasco vordert vergoeding van door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, welke door haar aan de hand van Rapport Voorwerk II zijn berekend op een bedrag van € 4.000,00.
4. Het verweer
4.1. Het verweer van WEC Lines strekt tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Vasco bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.
4.2. WEC Lines stelt – kort gezegd – dat de vordering onvoldoende is toegelicht, onder meer wat betreft de grondslag daarvan en de vorderingsgerechtigdheid van Vasco, betwist dat zij aansprakelijk is voor de door het over boord slaan van de lading ontstane schade en betwist dat Vasco schade heeft geleden in verband met het over boord slaan van de schroefonderdelen.
5. De beoordeling
5.1. Nu Vasco buiten Nederland is gevestigd heeft deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient te worden onderzocht of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en bevoegd is van de onderhavige vorderingen kennis te nemen.
Nu WEC Lines binnen het rechtsgebied van deze rechtbank is gevestigd wordt deze vraag bevestigend beantwoord op grond van artikel 2 EEX Pro-Vo (Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken) jo. artikel 99 lid 1 Rv Pro.
5.2. In het comparitievonnis is aan Vasco de vraag voorgelegd of haar vordering voldoende bepaalbaar was als vereist door artikel 111 lid 2 sub d Rv Pro, en in het bijzonder hoe de woorden “al hetgeen waartoe eiseres in rechte gehouden zal blijken te zijn” moeten worden begrepen, nu daarbij niet is aangegeven in welke gerechtelijke procedure, in welk land, naar welk recht, door wie, op welke gronden en waartoe Vasco wordt aangesproken. Ter comparitie heeft Vasco verklaard dat de in haar dagvaarding genoemde aanspraken van Rolls Royce geen rol meer spelen, maar dat haar petitum thans ziet op een vordering die Kühne + Nagel tegen Vasco in Spanje aanhangig heeft gemaakt en waarvoor Vasco regres wil kunnen nemen op WEC Lines. De gestelde door Kühne + Nagel uitgebrachte dagvaarding is echter niet in het geding gebracht noch heeft Vasco de vordering van Kühne + Nagel toegelicht. In de ter comparitie gegeven toelichting ligt een wijziging van de grondslag van de eis besloten die in strijd met de wet niet bij akte of conclusie ter rolle naar voren is gebracht en waarop WEC Lines in strijd met de goede procesorde zich niet heeft kunnen voorbereiden. De wijziging van eis zal derhalve worden gepasseerd. Nu de oorspronkelijke feitelijke grondslag – wat daar overigens van zij – is verlaten en de vordering van Vasco voorts, gelet op het bepaalde in artikel 111 lid 2 sub d Rv Pro, onvoldoende bepaalbaar is, zal deze worden afgewezen.
5.3. Vasco zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. WEC Lines heeft gevorderd dat de proceskosten, gelet op de in de dagvaarding ingenomen stellingen, worden begroot conform liquidatietarief IV. Vasco heeft daartegen geen verweer gevoerd, zodat de proceskosten aan de zijde van WEC Lines zullen worden begroot op:
- vast recht € 262,00
- salaris advocaat € 4.000,00 (2 punten × tarief IV ad € 2.000,00)
Totaal € 4.262,00
6. De beslissing
De rechtbank
6.1. wijst de vordering van Vasco af;
6.2. veroordeelt Vasco in de proceskosten, aan de zijde van WEC Lines tot op heden begroot op € 262,00 voor vast recht en op € 4.000,00 aan salaris voor de advocaat;
6.3. verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2010.?
1902/1885