ECLI:NL:RBROT:2010:BO4167
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Franken
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens schending verdedigingsbelang bij transactiebetaling
De rechtbank Rotterdam behandelde een bezwaarschrift van een verdachte rechtspersoon tegen een dagvaarding van de officier van justitie. De kern van het geschil betrof de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens het niet accepteren van een transactiebetaling die na de vervaldatum was voldaan.
De verdachte rechtspersoon had tijdig inhoudelijk gereageerd op het transactievoorstel en stukken opgevraagd, maar de betaling van het transactiebedrag vond pas na de vervaldatum plaats. De officier van justitie hield vast aan de vervaldatum en ging over tot dagvaarding, terwijl de verdediging stelde dat het recht tot strafvordering door betaling van het transactiebedrag was komen te vervallen.
De rechtbank overwoog dat de officier van justitie de gewijzigde aanpak waarbij geen uitstel meer werd verleend niet duidelijk had gecommuniceerd. Dit leidde tot een wezenlijke schending van het verdedigingsbelang van de verdachte rechtspersoon, namelijk het belang om niet verder in een strafrechtelijke procedure betrokken te raken.
De rechtbank verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging, maar achtte dit herstelbaar zodat de vervolging opnieuw kan worden ingesteld. De beslissing biedt de officier van justitie de mogelijkheid om de zaak opnieuw te beoordelen en rekening te houden met de bereidheid van de verdachte tot betaling zonder erkenning van strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van het verdedigingsbelang bij de transactiebetaling.