ECLI:NL:RBROT:2010:BO4569
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid taxateur voor onjuiste taxatie zonder gevolgschade voor bank
De zaak betreft een geschil tussen ING Bank en een taxateur over aansprakelijkheid wegens een fout in een taxatierapport voor een appartement in Rotterdam. ING stelde dat de taxateur onzorgvuldig had gehandeld door niet te vermelden dat de eerste verdieping van het appartement alleen via een trap van een ander appartement bereikbaar was, en dat de begane grond verhuurd was. Hierdoor zou ING een te hoge hypotheek hebben verstrekt, wat leidde tot een restschuld van € 99.000.
De rechtbank stelde vast dat de taxateur inderdaad onrechtmatig had gehandeld door het ontbreken van de inwendige trap niet te vermelden, wat van belang is voor de waardebepaling. Wel had de taxateur correct vermeld dat het appartement verhuurd was ten tijde van de taxatie. ING kon de lagere executiewaarde als gevolg van verhuur niet aan de taxateur toerekenen.
Echter, de rechtbank oordeelde dat de schadevergoeding niet kon worden toegewezen omdat de gerealiseerde executieopbrengst (€ 76.000) hoger was dan de door de taxateur getaxeerde executiewaarde in verhuurde staat (€ 70.000). Ook werd geoordeeld dat de door ING gestelde extra schadeposten zoals onbetaalde rente en boetes niet aan de taxateur konden worden toegerekend.
De vordering van ING werd daarom afgewezen en ING werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de zorgvuldigheid die van taxateurs wordt verwacht, maar ook dat schadevergoeding alleen toekomt als daadwerkelijk schade is geleden die aan de fout kan worden toegerekend.
Uitkomst: De vordering van ING tot schadevergoeding wegens onjuiste taxatie wordt afgewezen omdat geen schade is geleden.