ECLI:NL:RBROT:2010:BO4599
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige afsluiting van woning door gemeente en verzoek tot hypotheekfraudeonderzoek
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], eigenaar van een woning in Rotterdam, en de Gemeente Rotterdam. Na een brand in het portiek van de woning sloot de gemeente het portiek af met een stalen deur, waardoor [eiser] geen toegang meer had tot zijn woning. De gemeente beriep zich op zaakwaarneming, maar de rechtbank oordeelde dat de langdurige afsluiting zonder contact met [eiser] onrechtmatig was en dat de gemeente aansprakelijk is voor de gevolgen vanaf 29 april 2007.
[eiser] vorderde schadevergoeding voor gederfde huurinkomsten en immateriële schade wegens aantasting van zijn eer en goede naam door een e-mailbericht van de gemeente aan banken met het verzoek tot een fraudeonderzoek. De rechtbank stelde dat [eiser] onvoldoende bewijs had geleverd dat hij de woning tegen de gevorderde huurprijs had kunnen verhuren en dat de huurder een huisvestingsvergunning moest hebben. De vordering werd beperkt tot maximaal 26 maal € 337,50.
Ten aanzien van het e-mailbericht oordeelde de rechtbank dat de gemeente niet onrechtmatig had gehandeld, omdat de mededelingen feitelijk juist waren en de gemeente handelde binnen haar publieke taak om malafide vastgoedpraktijken te bestrijden. De rechtbank gelastte een comparitie van partijen om nadere discussie over de huisvestingsvergunning en de privacyaspecten te voeren.
Uitkomst: Gemeente handelde onrechtmatig door langdurige afsluiting zonder contact, maar verzoek tot fraudeonderzoek was niet onrechtmatig; comparitie gelast voor nadere beoordeling.