ECLI:NL:RBROT:2010:BO4689
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering AFM tot volledige vermindering van onherroepelijke heffing afgewezen
Eiseres, Stichting Belangen Investeerders PG 201, heeft bezwaar gemaakt tegen een door AFM opgelegde heffing over 2006. Na eerdere procedures waarbij bezwaar en beroep ongegrond werden verklaard, verzocht eiseres AFM terug te komen van het onherroepelijke heffingsbesluit. AFM heeft de heffing reeds drastisch verminderd middels een creditfactuur, maar weigerde het verzoek tot volledige vermindering op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) waren aangevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de stelling van eiseres dat een latere uitspraak als novum moet gelden faalt. De rechtbank benadrukt dat de discussie over de (on)verbindendheid van de algemeen verbindende voorschriften waarop de heffing is gebaseerd, tijdig had moeten worden aangevoerd in eerdere procedures. Het verzoek om terug te komen van het onherroepelijke besluit kan niet worden gebruikt om deze discussie alsnog volledig voor de bestuursrechter te voeren.
Bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen zijn niet aanwezig. De rechtbank houdt rekening met de reeds drastische vermindering van de heffing door AFM en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van AFM om niet volledig tegemoet te komen aan het verzoek tot terugkomen van de onherroepelijke heffing wordt ongegrond verklaard.