ECLI:NL:RBROT:2010:BO5095
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsuitkering vervalt door opzettelijke misleiding verzekeraar
De zaak betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering gesloten tussen Movir en een gynaecoloog die zich volledig arbeidsongeschikt meldde vanaf 1 januari 2005. De verzekerde verrichtte echter vanaf april 2005 werkzaamheden op het gebied van plastische chirurgie, welke hij aan de verzekeraar verzweeg. Movir stelde dat hierdoor sprake was van schending van de mededelingsplicht en opzet tot misleiding, waardoor het recht op uitkering volledig verviel.
De rechtbank oordeelde dat de verzekerde gehouden was alle relevante informatie te verstrekken over zijn activiteiten die van belang waren voor de beoordeling van de uitkeringsplicht. Uit de rapportages van arbeidsdeskundigen bleek dat de verzekerde een onjuist beeld van zijn belastbaarheid had gegeven, omdat hij wel degelijk actief was in de plastische chirurgie. Dit was bewust verzwegen, wat opzet tot misleiding opleverde.
De rechtbank stelde vast dat het recht op uitkering vanaf 13 juni 2005 was vervallen wegens misleiding, en dat Movir de onverschuldigd betaalde uitkeringen over die periode mocht terugvorderen. Voor de periode 1 januari 2005 tot 13 juni 2005 werd bewijslevering toegelaten. Tevens werd de verzekerde veroordeeld tot betaling van achterstallige premies en wettelijke rente. De procedurekosten werden eveneens toegewezen aan Movir.
Uitkomst: Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering vervalt vanaf 13 juni 2005 wegens opzettelijke misleiding en de verzekerde is veroordeeld tot terugbetaling van uitkeringen, betaling van premies en wettelijke rente.