ECLI:NL:RBROT:2010:BO5099
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering curatoren tegen kredietnemers na afwijzing beroep op overkreditering
De curatoren in het faillissement van DSB Bank vorderen betaling van het openstaande saldo van een kredietovereenkomst van € 11.029,50, vermeerderd met rente, van twee kredietnemers. Eén van hen is verstek verklaard. De kredietnemers betwisten de vordering en stellen dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden door overkreditering, waardoor zij schade hebben geleden.
De rechtbank stelt vast dat de kredietnemers gedurende twee maanden achterstallig waren en na ingebrekestelling nalatig bleven. De vordering van de curatoren is daarom opeisbaar. Het beroep op overkreditering faalt omdat de kredietnemers een netto inkomen en lasten hebben opgegeven die de kredietverstrekking rechtvaardigen. Betalingsproblemen ontstonden door persoonlijke omstandigheden van een kredietnemer, niet door handelen van de bank.
Verder is het beroep op een onjuiste kredietvorm en slechte advisering onvoldoende onderbouwd. De reconventionele vorderingen van de kredietnemer worden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze als concurrente vordering in het faillissement alleen via verificatie kunnen worden ingediend. De rechtbank veroordeelt de kredietnemers hoofdelijk tot betaling van het openstaande bedrag en de proceskosten, en wijst het overige af.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de kredietnemers tot betaling van het openstaande kredietbedrag en wijst het beroep op overkreditering af.