ECLI:NL:RBROT:2010:BO5195
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Leverancier niet aansprakelijk voor fraude door medewerker van afnemer
In deze civiele zaak stonden twee procedures centraal waarin Docra, een scheepvaartkantoor, betaling van openstaande facturen aan eiseres sub 2 vorderde, terwijl zij stelde dat fraude door haar medewerker [persoon 2] was gepleegd. [persoon 2] had namens Docra bestellingen geplaatst en producten doorverkocht, wat door Docra werd ontdekt en onderzocht. Docra betwistte de vorderingen en stelde dat de leverancier (eiser sub 1 en eiseres sub 2) had moeten vermoeden dat fraude werd gepleegd en dat de vertegenwoordiging van [persoon 2] niet rechtsgeldig was.
De rechtbank overwoog dat van een leverancier niet kan worden verlangd dat hij bestellingen onderzoekt om een klant te beschermen tegen fraude door diens eigen medewerkers, tenzij er sterke aanwijzingen zijn die bijna dwingen tot nader onderzoek. De rechtbank stelde vast dat [persoon 2] vanaf 1 oktober 2006 volmacht had om Docra te vertegenwoordigen en dat de overeenkomsten rechtsgeldig tot stand waren gekomen. De omstandigheden, zoals omzetstijging, aard en omvang van bestellingen, afleverlocaties en aanpassing van factuuromschrijving, vormden geen sterke aanwijzingen voor fraude.
De vorderingen van Docra tot terugvordering van schade wegens onrechtmatige daad werden afgewezen omdat onvoldoende bewijs bestond dat eiser sub 1 of eiseres sub 2 van de fraude wisten of hadden moeten weten. De rechtbank veroordeelde Docra tot betaling van de openstaande facturen aan eiseres sub 2, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, en wees de overige vorderingen af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Docra wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen aan eiseres sub 2 met rente en proceskosten; overige vorderingen worden afgewezen.