ECLI:NL:RBROT:2010:BO5199
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Retentierecht en ontruiming in faillissementssituatie van economisch eigenaar en huurder
De zaak betreft een geschil tussen de curator van een failliete eigenaar en de economisch eigenaar met zijn huurder over het retentierecht op een onroerende zaak. De economisch eigenaar en huurder beroepen zich op retentierecht om ontruiming te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat zowel de economisch eigenaar als de huurder elk een eigen retentierecht kunnen uitoefenen over hun respectievelijke delen van de onroerende zaak, maar dat het retentierecht niet verder strekt dan het deel waarop feitelijke macht wordt uitgeoefend. De curator wenst ontruiming en verkoop van de zaak, maar het retentierecht kan dit in beginsel verhinderen.
Gezien de faillissementssituatie maakt de Faillissementswet ontruiming mogelijk, tenzij dit onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank acht het echter passend om de zaak aan te houden en de rechter-commissaris te verzoeken zijn standpunt over een mogelijke regeling kenbaar te maken, waarbij de economisch eigenaar bereid is alle algemene faillissementskosten te vergoeden in ruil voor levering van de juridische eigendom.
De procedure wordt aangehouden in afwachting van de uitlatingen van de rechter-commissaris, waarna partijen nog kunnen reageren. De rechtbank benadrukt dat de curator bij faillissementsafwikkeling ruime bevoegdheden heeft, maar dat onredelijke ontruiming in uitzonderlijke gevallen kan worden tegengegaan.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van uitlatingen van de rechter-commissaris over een regeling omtrent retentierecht en levering van de juridische eigendom.