ECLI:NL:RBROT:2010:BO5224
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wraking toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid door afwijzing nader sporenonderzoek
In deze strafzaak verzocht de verdediging om nader onderzoek van op tape aangetroffen haren, omdat dit belastende of ontlastende informatie kon opleveren. Hoewel het NFI een versneld onderzoek had uitgevoerd, was dit niet afgerond en bleven de haren onbehandeld voor nader onderzoek.
De strafkamer wees het verzoek tot nader onderzoek af met de motivering dat geen relevante nieuwe informatie te verwachten was. Dit terwijl de strafkamer eerder had geoordeeld dat onderzoek noodzakelijk was zolang de tape beschikbaar was.
De wrakingskamer oordeelde dat door deze afwijzing zonder duidelijke motivering en tegenstrijdig met eerdere beslissingen de strafkamer de schijn van vooringenomenheid jegens de verzoeker heeft gewekt. Dit leidde tot toewijzing van het wrakingsverzoek.
De beslissing benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde afweging bij het toestaan van nader forensisch onderzoek, zeker wanneer dit mogelijk cruciale bewijs kan opleveren. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 26 november 2010.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen wegens de schijn van vooringenomenheid door de afwijzing van nader onderzoek.