ECLI:NL:RBROT:2010:BO5228
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wraking toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid door afwijzing nader sporenonderzoek
In deze strafzaak heeft de verdediging verzocht om nader onderzoek van tape waarop haren waren aangetroffen. Hoewel de strafkamer eerder had geoordeeld dat onderzoek noodzakelijk was, werd het verzoek tot afronding van het deskundigenonderzoek afgewezen zonder duidelijke motivering.
De wrakingskamer oordeelde dat deze afwijzing onbegrijpelijk was en dat de strafkamer de schijn van vooringenomenheid had gewekt door geen belang te hechten aan mogelijk belastend of ontlastend materiaal. Daarnaast werden nieuwe gronden voor wraking die niet tijdig waren ingebracht, niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank concludeerde dat de strafkamer vooringenomenheid jegens verzoeker had gewekt en wees het wrakingsverzoek toe, waarbij de leden van de strafkamer werden gewraakt. Dit oordeel was gebaseerd op het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde motivering voor het afwijzen van nader onderzoek en het niet tijdig indienen van aanvullende wrakingsgronden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is toegewezen wegens de schijn van vooringenomenheid door onbegrijpelijke afwijzing van nader sporenonderzoek.