ECLI:NL:RBROT:2010:BO5233
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onrechtmatige daad en laster in geschil tussen leden volkstuinvereniging
Eiser en gedaagde zijn beiden lid van een volkstuinvereniging en stonden met elkaar in een geschil over vermeende lasterlijke uitlatingen door gedaagde. Eiser vorderde onder meer een verklaring voor recht dat bepaalde uitlatingen onrechtmatig waren, schadevergoeding en een verbod op verdere uitlatingen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had gesteld om het onrechtmatige karakter van de uitlatingen aan te tonen, mede omdat de brief waarop de uitlatingen deels gebaseerd waren niet duidelijk als uitlating van gedaagde kon worden aangemerkt en eiser geen bewijs leverde dat gedaagde wist dat de inhoud onwaar was. Ook de vordering tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de kosten betrekking hadden op een eerder kort geding waarin eiser in het ongelijk was gesteld.
Ten slotte was er geen grond voor een verbod op toekomstige uitlatingen omdat eiser onvoldoende concrete feiten had gesteld waaruit een herhaling van dergelijke uitlatingen zou blijken. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens onvoldoende bewijs voor onrechtmatige uitlatingen en veroordeelt eiser in de proceskosten.