ECLI:NL:RBROT:2010:BO5427
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil over finale kwijting en betalingsregeling in faillissementscontext
In deze zaak staat een executiegeschil centraal tussen [eiser] en Centrale Ophaaldienst Nederland B.V. (COD) over de vraag of een tussen partijen getroffen regeling inhoudt dat COD finale kwijting heeft verleend voor een deel van een vordering gebaseerd op een vonnis van 2 november 2005.
Partijen zijn het erover eens dat een betalingsregeling is getroffen waarbij [eiser] € 10.000,-- ineens heeft betaald en daarnaast € 15.000,-- in termijnen in 2010 zou voldoen. COD betwist echter dat zij finale kwijting heeft verleend voor het meerdere. De voorzieningenrechter constateert dat de regeling niet schriftelijk is vastgelegd en dat het uit de stukken niet zonder meer blijkt dat finale kwijting is verleend.
Gezien de onduidelijkheid over de inhoud van de regeling en de openstaande betalingen, wordt de executie van het vonnis tot 31 december 2010 geschorst. Voor de periode na 1 januari 2011 wordt de executie eveneens geschorst voor zover deze het bedrag van € 25.000,-- overstijgt, totdat een bodemrechter hierover een definitief oordeel heeft gegeven.
De zaak wordt verwezen naar de sector civiel van de rechtbank Rotterdam voor nadere bewijslevering en beoordeling van de vraag of finale kwijting is verleend. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De executie van het vonnis wordt tot 31 december 2010 geschorst en daarna voor zover het bedrag van € 25.000,-- wordt overschreden, met verwijzing naar de rechtbank voor nadere beoordeling.