ECLI:NL:RBROT:2010:BO6097
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid opzegging samenwerkingsovereenkomst tussen bodywear producent en adviseur
JPM, een vennootschap onder firma met adviseur [de vennoten], had een samenwerkingsovereenkomst met MD, een bedrijf dat bodywear produceert en verkoopt onder de merknaam [x]. De overeenkomst werd in 2006 aangepast en liep tot eind 2012, met een bepaling dat tussentijdse opzegging alleen mogelijk was bij bepaalde gronden.
MD zegde de overeenkomst op per 30 juni 2009 vanwege tekortkomingen in de nakoming door JPM, waaronder incidenten met medewerkers en onvoldoende realisatie van omzetdoelstellingen. JPM betwistte de rechtmatigheid van de opzegging en vorderde betaling van openstaande bedragen en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat MD gerechtigd was de overeenkomst op te zeggen wegens tekortkomingen in de nakoming, waaronder het niet naleven van de bedrijfscultuur en gedragsnormen. De door JPM aangevoerde bezwaren, zoals het ontbreken van toestemming van de Centrale Organisatie Werk en Inkomen en de limitatieve opsomming van opzeggingsgronden, werden verworpen.
De schadevordering van MD tegen JPM werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de aansprakelijkheid. De rechtbank veroordeelde JPM tot opheffing van conservatoire beslagen en wees de vorderingen van JPM af. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de opzegging van de overeenkomst door MD rechtsgeldig en wijst de schadevordering van JPM af.