ECLI:NL:RBROT:2010:BO6781
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing politieagent wegens verdenking onrechtmatige vrijheidsberoving en wapenmisbruik
Verzoeker, een politieagent werkzaam bij het korps Rotterdam-Rijnmond, werd verdacht van het wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven van een burger en het richten van zijn dienstpistool zonder aanleiding. Naar aanleiding van deze verdenking werd hij geschorst en werd zijn salaris gedeeltelijk en later volledig ingehouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aard en ernst van de verdenking, mede gelet op de onrust binnen de samenleving en het politiekorps, het schorsingsbesluit rechtvaardigen. Verzoeker had nagelaten melding te maken van het trekken van zijn dienstpistool en hierover bijna een jaar gezwegen, wat het vertrouwen ernstig schaadde.
Verzoeker voerde onder meer aan dat het schorsingsbesluit diffamerend en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was, en dat de inhouding van zijn salaris onrechtmatig was. De voorzieningenrechter verwierp deze bezwaren, onder meer omdat geen concrete gelijke gevallen waren aangetoond en de financiële gevolgen niet onevenredig waren.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De voorzieningenrechter achtte de besluiten kennelijk rechtmatig en zag geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing en inhouding van salaris van de politieagent wordt afgewezen.