ECLI:NL:RBROT:2010:BO7257
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperkte ontruimingstermijn woonruimte vastgesteld na tussenvonnis
De rechtbank Rotterdam heeft in deze civiele zaak een tussenvonnis van 10 maart 2010 gevolgd waarin gedaagde, aangeduid als [persoon 1], werd veroordeeld tot ontruiming van zijn woning. De veroordeling tot ontruiming kon echter niet direct worden uitgevoerd totdat de rechtbank een termijn had bepaald overeenkomstig artikel 557a Rv.
De gemeente Rotterdam gaf aan geen feiten of omstandigheden te kennen die een ontruimingstermijn noodzakelijk maken. [persoon 1] verzocht vervolgens om geen termijn te bepalen, stellende dat geen noodzaak voor uitstel bestond en wijzend op het wezenlijke belang van het behoud van woonruimte. De rechtbank oordeelde dat het belang van [persoon 1] bij het behouden van een dak boven het hoofd in dit stadium niet meer relevant was, omdat de veroordeling reeds was uitgesproken.
Hoewel geen spoedeisend belang door Woonstad was aangetoond, besloot de rechtbank toch een beperkte termijn van één week vast te stellen. Dit omdat [persoon 1] al sinds het tussenvonnis op de hoogte was van de ontruimingsverplichting en de mogelijkheid had om alternatieve woonruimte te zoeken. Tevens werd het advocatensalaris van Woonstad verhoogd met een aanvullend bedrag van €226 vanwege de voortgezette procedure.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt een ontruimingstermijn van zeven dagen en wijzigt het advocatensalaris.