ECLI:NL:RBROT:2010:BO8204
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over dekking en verjaring bij schade aan windturbine tandwielkast
Evers Windenergie B.V. vordert vergoeding van schade aan de tandwielkast van een windturbine op grond van een Turbine Plus verzekering bij HDI-Gerling Verzekeringen N.V. De schade ontstond op 9 november 2005 en werd op 12 april 2006 gemeld. HDI stelde verjaring en schending van de meldingsplicht als verweer, en voerde tevens aan dat de schade het gevolg was van slijtage, uitgesloten onder de polis.
De rechtbank overweegt dat de vordering niet is verjaard omdat HDI de verjaring niet ondubbelzinnig heeft aangevochten en de verjaringstermijn van één jaar uit de polisvoorwaarden niet is gestart. Wel is vastgesteld dat Evers de schade te laat heeft gemeld, in strijd met de polis, maar dat HDI slechts kan spreken van verval van recht op uitkering bij aantoonbare belangenbenadeling.
De kern van het geschil betreft of de schade het gevolg is van slijtage of metaaluitbraak. Evers betwist dat het slijtage betreft en stelt dat de schade voortkomt uit metaaluitbraak, wat wel gedekt is. De rechtbank benoemt een onafhankelijke deskundige om de schadeoorzaak en omvang te bepalen en geeft partijen gelegenheid zich hierover uit te laten.
De procedure wordt aangehouden voor nadere conclusies over belangenbenadeling, dekking en schadevaststelling. De kosten van de deskundige komen voorlopig voor rekening van HDI, die de bewijslast draagt. De uitspraak bevestigt dat de verzekeringspolis en wettelijke verjaringsregels complex zijn en dat een zorgvuldige beoordeling van feiten en polisvoorwaarden noodzakelijk is.
Uitkomst: De vordering is niet verjaard, maar de dekking van de schade wordt nader onderzocht door een onafhankelijke deskundige; verdere beslissing wordt aangehouden.