ECLI:NL:RBROT:2010:BO9412
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Terugvordering persoonsgebonden budget wegens onverschuldigde betaling door onvoldoende verantwoording
CZ Zorgkantoor vordert terugbetaling van €22.540,33 aan voorschotten persoonsgebonden budget (PGB) die aan gedaagde zijn uitgekeerd ten behoeve van zijn minderjarige dochter. De vordering is gebaseerd op onverschuldigde betaling wegens het niet of onvoldoende afleggen van rekening en verantwoording over de besteding van de PGB-gelden.
Gedaagde betwist de vordering onder meer omdat de dochter meerderjarig was geworden voor de dagvaarding en voert aan dat hij wel degelijk verantwoording heeft afgelegd. De rechtbank oordeelt dat CZ als bestuursorgaan een beschikking heeft genomen tot terugvordering, die formele rechtskracht heeft gekregen omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en er geen beroep is ingesteld.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde als wettelijk vertegenwoordiger bij het sluiten van de overeenkomst PGB en als ontvanger van de gelden terecht is betrokken. Het verweer dat CZ niet-ontvankelijk zou zijn wordt verworpen. De formele rechtskracht van de beschikking staat toetsing aan de civiele rechter in de weg, zodat het verweer van gedaagde wordt gepasseerd.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €25.164,88, bestaande uit het terug te betalen bedrag, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €25.164,88 aan CZ Zorgkantoor wegens onverschuldigde betaling van PGB-gelden.