ECLI:NL:RBROT:2010:BO9806
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- P.H. Veling
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdediging een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht. Dit verzoek volgde op de afwijzing van het verzoek om meerdere getuigen, waaronder zogenaamde rechtmatigheidsgetuigen, te horen of opnieuw te horen. De verdediging stelde dat het opsporingsonderzoek mogelijk eerder was aangevangen dan officieel werd gesteld, en dat onregelmatigheden in het onderzoek de eerlijkheid van het proces in gevaar brachten.
De rechtbank overwoog dat het wrakingsverzoek niet ontvankelijk was omdat het te laat was ingediend en dat de beslissing om de getuigen niet te horen geen grond vormt voor wraking, tenzij deze beslissing onbegrijpelijk is en een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor vooringenomenheid. De rechters werden vermoed onpartijdig te zijn en de wrakingskamer fungeert niet als appelinstantie op inhoudelijke beslissingen.
De rechtbank stelde vast dat er geen aanwijzingen waren voor onpartijdigheid of vooringenomenheid van de rechters. Ook de eerdere afwijzing van het horen van getuigen over de rechtmatigheid van het opsporingsonderzoek werd niet onbegrijpelijk bevonden. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de behandeling van het verzoek tot uitstel van de wrakingszitting werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.