ECLI:NL:RBROT:2010:BO9850
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- O.E.M. Leinarts
- M.C. van Kolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens onvoldoende grond en niet-tijdige klachten
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter van de sector kanton van de rechtbank Rotterdam, stellende dat de rechter onpartijdigheid zou missen vanwege uitlatingen tijdens een zitting op 23 augustus 2010.
De rechtbank onderzocht de omstandigheden en stelde vast dat de kantonrechter woorden van die strekking had uitgesproken, maar dat deze uitlatingen niet zodanig waren dat zij een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormden. De kantonrechter wilde duidelijk maken dat de procedures nog niet waren afgerond en dat een schikking in het belang van partijen kon zijn, mede gelet op de financiële situatie van verzoeker.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat klachten over de zitting van 13 augustus 2010 niet tijdig en tegelijk waren ingediend, waardoor verzoeker voor dat deel niet-ontvankelijk was.
De wrakingskamer wees het verzoek af voor zover het betrekking had op de zitting van 23 augustus 2010 en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk voor de overige klachten. De beslissing werd genomen door mr. A.J.P. van Essen, mr. O.E.M. Leinarts en mr. M.C. van Kolk op 13 december 2010.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid en verzoeker is voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.