ECLI:NL:RBROT:2010:BO9905
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter-commissaris afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid verzoeker als getuige
Verzoeker werd door de rechter-commissaris gedagvaard om als getuige te verschijnen in strafzaken met verschillende parketnummers. Na weigering van de rechter-commissaris om de advocaat van verzoeker toe te laten bij het verhoor, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris.
De wrakingskamer behandelde het verzoek en stelde vast dat verzoeker niet in zijn hoedanigheid van benadeelde partij door de rechter-commissaris zou worden gehoord, maar als getuige. Volgens artikel 512 Wetboek Pro van Strafvordering is de groep personen die een wrakingsverzoek kunnen indienen beperkt tot verdachte en openbaar ministerie, waardoor verzoeker niet-ontvankelijk is. Ook artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing omdat verzoeker geen benadeelde partij is.
De officier van justitie en de raadsman van de verdachten stelden zich eveneens op het standpunt van niet-ontvankelijkheid en ongegrondheid. De rechter-commissaris ontkende vooringenomenheid. De wrakingskamer concludeerde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvan, en wees het verzoek af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris.