ECLI:NL:RBROT:2010:BO9908
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking afgewezen wegens niet tijdige indiening
In deze zaak heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechters van de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op beslissingen die de rechters op 14 oktober 2010 hadden genomen tijdens een terechtzitting. Verzoeker diende het wrakingsverzoek echter pas op 8 november 2010 in.
Volgens artikel 513 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden waarop het is gebaseerd aan de verzoeker bekend zijn geworden. Op de zitting van 14 oktober 2010 was verzoeker aanwezig en werd hij bijgestaan door een raadsman, waardoor hij in de gelegenheid was om overleg te plegen over het indienen van een wrakingsverzoek.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend en verklaarde verzoeker daarom niet-ontvankelijk. Het feit dat het proces-verbaal van de zitting pas op 8 november 2010 werd ontvangen, of dat de raadsman mogelijk aansluiting wilde zoeken bij andere wrakingsverzoeken, maakte dit niet anders.
De beslissing werd op 6 december 2010 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken uitgesproken, waarbij de voorzitter afwezig was en de beschikking door de oudste rechter en de griffier werd ondertekend.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.