ECLI:NL:RBROT:2010:BP0039
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Faillissement Stichting Wiedus niet beëindigd door tussentijdse uitdelingslijst
De rechtbank Rotterdam behandelde een incident betreffende de ontvankelijkheid van de curator in het faillissement van Stichting Wiedus. JMH stelde dat het faillissement op 7 mei 2009 was geëindigd omdat volgens publicaties in het Centraal Insolventieregister en het handelsregister een slotuitdelingslijst verbindend was geworden. De curator betwistte dit en stelde dat slechts een tussentijdse uitdelingslijst ter inzage was gelegd, waardoor het faillissement nog steeds voortduurde.
De rechtbank stelde vast dat het faillissement van Stichting Wiedus op 24 mei 2006 was uitgesproken en dat op 3 april 2009 een beschikking was gegeven voor een tussentijdse uitdeling. Op 27 april 2009 werd deze tussentijdse uitdelingslijst ter inzage gelegd en werd deze op 7 mei 2009 verbindend. Er was echter geen slotuitdelingslijst verbindend geworden, hetgeen volgens artikel 193 lid 1 Faillissementswet Pro vereist is voor beëindiging van het faillissement.
De rechtbank oordeelde dat de publicatie in het Centraal Insolventieregister en het handelsregister onjuist was en dat de Faillissementswet limitatief bepaalt op welke wijze een faillissement eindigt. Het beroep van JMH op de bescherming van het handelsregister faalde, mede omdat artikel 2:6 lid 5 BW Pro bepaalt dat deze bescherming niet geldt voor rechterlijke uitspraken in het faillissementsregister. De rechtbank wees de vordering van JMH af en bevestigde dat het faillissement nog steeds voortduurt en de curator in functie is.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het faillissement van Stichting Wiedus niet is geëindigd en verklaart de curator ontvankelijk; de vordering van JMH wordt afgewezen.