ECLI:NL:RBROT:2010:BP0124
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige beëindiging arbeidsovereenkomst statutair directeur leidt tot gefixeerde schadevergoeding
De rechtbank Rotterdam heeft op 22 december 2010 uitspraak gedaan in een civiele zaak over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een statutair directeur bij Parket Tree Nederland B.V. De arbeidsovereenkomst werd onregelmatig opgezegd per 1 januari 2009, waardoor Parket Tree aansprakelijk werd voor een schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW Pro.
De rechtbank stelde vast dat de gefixeerde schadevergoeding berekend moest worden op basis van het gemiddelde loon in 2008, exclusief bonussen, omdat het forfaitaire karakter van de regeling een restrictieve interpretatie van het loonbegrip vereist. Dit resulteerde in een bruto bedrag van €120.000 over een periode van 48 maanden tot het einde van de arbeidsovereenkomst in januari 2013.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen sprake was van een kennelijk onredelijke opzegging ex artikel 7:681 BW Pro. De door Parket Tree aangevoerde vertrouwensbreuk vanwege het niet op orde krijgen van de onderneming en een incidentele overboeking waren voldoende grond voor de opzegging. Ook het gevolgencriterium werd niet aangenomen, mede gelet op de beperkte duur van het dienstverband en het feit dat eiser zijn eigen onderneming bleef voeren.
De rechtbank veroordeelde Parket Tree tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding in vier termijnen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2009, en wees de vordering tot aanvullende schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke beëindiging af. De proceskosten werden deels toegewezen aan eiser, waarbij partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Parket Tree moet aan eiser €120.000 bruto gefixeerde schadevergoeding betalen wegens onregelmatige beëindiging arbeidsovereenkomst, maar geen vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.